Diagnostiek en behandeling van enkelvoudige dyslexie wordt onder bepaalde voorwaarden vergoed binnen de gezondheidszorg. Daarvoor worden eisen gesteld aan de school omdat leesproblemen altijd ín het onderwijs ontstaan als resultaat van de interactie tussen instructiebehoeften van de leerling en de mate waarin het onderwijs erin slaagt hierop het juiste antwoord te geven.

Vanuit de zorg wordt daarover niet meer gezegd dan:

"Wanneer de school bij een kind op de basisschool problemen bij het leren lezen constateert, moet de school extra begeleiding geven aan het kind. Indien de extra begeleiding niet leidt tot de gewenste verbetering, kan de school het kind aanmelden voor een diagnostisch dyslexie­onderzoek."

Het is vervolgens aan de gedragsdeskundige (GZ-psycholoog, kinder- en jeugdpsycholoog of orthopedagoog-generalist, hierna kortweg met psycholoog aangeduid) om te beoordelen of aan de eisen voldaan is en de aanmelding al dan niet ontvankelijk te verklaren. 

Ook is het de zorg en verantwoordelijkheid van de psycholoog om zijn/haar besluit voor de verzekeraar te onderbouwen en aannemelijk te maken. Hij/zij is de poortwachter, niet de school. 

Om het voortraject te kunnen beoordelen staat in het Protocol Diagnostiek en Behandeling Dyslexie (PDBD):

"Overeenkomstig het Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling moet de aanmelding voor de diagnostiek vergezeld gaan van een schoolanamnese met een beschrijving van de lees- en spellingsproblemen en van de duur, inhoud en resultaten van de extra begeleiding."

De eisen die aan de schoolanamnese gesteld worden, maken dat wat er op school gedaan is voor de psycholoog navolgbaar, zodat het besluit dat hij/zij neemt omtrent ontvanke­lijk­heid van de aanmelding, controleerbaar is.

Om scholen houvast te bieden, is het masterplan dyslexie deze eisen concreet gaan vertalen en heeft men voor het "voortraject" een geprotocolleerde werkwijze ontwikkeld. Dit zijn hand­reikingen, geen wettelijke voorschriften. Dat betekent enerzijds dat een school de ruimte heeft om in voorkomende gevallen op een net iets andere manier achterstand en hardnekkig­heid aan te tonen.

Het is ook geen 'afvinklijstje', maar de psycholoog moet in alle gevallen een zelf­standige beslissing nemen, waarvoor hij/zij de volledige verantwoorde­lijk­heid draagt. Hetzelfde geldt, maar dit terzijde, voor het stellen van diagnose en behandel­indicatie. Hij/zij moet zich ervan overtuigen, dat de school alles gedaan heeft wat in haar vermogen ligt. Dat betekent dat er communicatie moet zijn tussen diagnost/behandelaar en school en de schoolanamnese is daarvoor een prima middel.

Een zorg rond de regeling is hoe te bewaken dat er geen onderwijsproblemen op het bord van de gezondheidszorg komen. Een manier is het hanteren van strenge aanmeldingscriteria: driemaal achterelkaar een E-score. Dit moet ervoor zorgen, dat niet meer dan 6% van alle leerlingen voor onderzoek zal worden aangemeld, van wie 4% ook een behandelindicatie krijgt. 

Maar als een leerling nu een E-score heeft, na één periode net een D-score, en daarna weer een E-score, kan zijn aanmelding dan toch ontvankelijk zijn? Wel als de psycholoog zich niet opstelt als boekhouder met een afvinklijstje.

Als de school overtuigend aantoont, dat de verlangde intensiteit geleverd is, dan is het niet uitgesloten dat deze psycholoog, alles overwegend, de aanmelding toch accepteert.

Anderzijds betekent het natuurlijk ook, dat driemaal een E-score geen garantie is voor het ontvankelijk verklaren van een aanmelding. De aanmelding zal niet geaccepteerd mogen worden als er twijfels zijn over de intensiteit en/of de kwaliteit van de geboden interventie. 

De psycholoog is uiteindelijk degene die de verantwoordelijkheid heeft om te bepalen of een leerling in aanmerking komt voor een diagnostisch dyslexieonderzoek.

Een belangrijk kengetal is het gemiddelde aantal aanmeldingen van een bepaalde school per jaar. Een doorsnee school heeft jaargroepen van 26 leerlingen, 4% is 1 leerling. Bij een school die elk jaar niet 4% maar 10 of 15% van een jaargroep aanmeldt (bij een gemiddelde school­grootte zijn dat 3 of 4 leerlingen) moeten bij de psycholoog bellen gaan rinkelen, wat er in de schoolanamnese ook geschreven staat. Andersom, een school die vrijwel nooit aanmeldt, heeft een grote kans een aanmelding te doen die niet helemaal aan de eisen voldoet, gewoon omdat die school er weinig ervaring mee heeft. In zo'n geval is een botte niet-ontvankelijk­verklaring ongepast, maar is het hoog tijd om kennis te gaan maken.

Nog handiger is het natuurlijk als de school vooraf al het initiatief daartoe neemt, dan wordt meteen duidelijk welke psychologen daar wel en niet tijd voor willen maken.

Staat uw vraag hier niet bij en gaat uw vraag over (de toepassing van) wetenschappelijke kennis en inzichten met betrekking tot dyslexie dan kunt u contact met ons opnemen. U kunt uw vraag stellen via het contactformulier.

Betreft uw vraag een ander onderwerp, dan kunnen ouders terecht bij het Steunpunt Dyslexie van Landelijke Oudervereniging Balans. Leerkrachten en docenten bij het Masterplan Dyslexie.

Volwassenen met dyslexie kunnen terecht bij Handicap en Studie en Impuls en Woortblind. Gaat uw vraag over het wel of niet ten onrechte weigeren van faciliteiten dan kunt u terecht bij het College voor de Rechten van de Mens

Voor vragen over de vergoede behandeling zie de site van het Kwaliteitsinstituut Dyslexie.

De SDN is niet in staat andere vragen dan over (de toepassing van) wetenschappelijke kennis en inzichten met betrekking tot dyslexie te beantwoorden. Wanneer uw vraag daar niet onder valt, dan kunnen wij deze helaas niet beantwoorden.